HEIEN EN FUNDERING AANBRENGEN.
VASTE
GROND :
Vaak is de grond
waarop gebouwd moet worden zacht en sponzig.
Als je op deze
grond gaat bouwen zal het gebouw gaan verzakken en scheuren.
In
Nederland is de bovenste laag grond meestal vrij zacht.
Als je dieper komt
wordt de grond harder, soms is dat een dikke zandlaag,
soms is dat mergel - krijt of vaste
klei.
Zandlagen kunnen
net zo hard zijn als beton, je noemt dit VASTE GROND.
De diepte waar de
VASTE grond kan zitten is zeer
verschillend.
Soms is dat een
paar cm. soms is dat 30 meter diep.
Om te voorkomen dat
een gebouw verzakt en scheurt moet het gebouw op vaste grond staan.
Op vaste grond
bouwen doe je door te heien en een fundering aan te brengen.
Om
te bepalen waar de vaste grond zit moet men BODEMONDERZOEK laten doen (
SONDERING ).
Door middel van
metingen in de grond bepaald men waar de vaste grond zit.
Men boort met een
lans in de grond, deze meet de weerstand van de grondlagen.
Via een computer
wordt een sonderingsdiagram gemaakt waarop te zien is op welke diepte de VASTE
GROND zit.

VASTE GROND KAN OP
VERSCHILLENDE DIEPTES
ZITTEN.
SONDERINGSDIAGRAM.
SOORTEN FUNDERINGEN :
Er
zijn verschillende soorten funderingen, welke fundering je toepast hangt af van
:
A. Wat
is het gewicht van het gebouw met zijn inhoud.
B. Op
welke diepte zit de vaste grond.
C.
Hoeveel gewicht kan de vaste grond dragen ( draagvermogen in N/cm2
)
Men
kent 2 soorten funderingen :
A. FUNDERING OP STAAL.
B.
PAALFUNDERING.
FUNDERING
OP STAAL :
De vaste grond is hier een zandlaag op ± 1 a 2 meter.
Deze
zandlaag is zo hard ( STAAL ) dat er niet geheid hoeft te worden.
De
fundering komt direct op de grond, minimaal 80 a 90 cm diep ( beneden de
vorstgrens ).
Meestal
brengt men een STROKENFUNDERING aan.
AANLEGBREEDTE
EN WERKVLOER :

Een
strokenfundering bestaat uit een strook ( plaat ) beton, waarop de muren en de
vloer komen.
De
aanlegbreedte en de hoogte zijn afhankelijk van het bodemonderzoek en de grootte
en zwaarte van het gebouw.
Voor
normale woningbouw is de aanlegbreedte ± 2,5 of 3 X de breedte van de
spouwmuur, dat is ± 700 a 800 mm.
Het
beton in de bekisting mag niet rechtstreeks op de grond aangebracht worden.
Het
water zou in het beton zou in de grond trekken waardoor het beton verkeerd zou
drogen en scheuren.
Daarom
komt onderin de bekisting een WERKVLOER, men gebruikt hier meestal een plastic
FOLIE voor.
Soms
wordt onderin de bekisting een werkvloer van 5 cm. stampbeton aangebracht.
BEKISTINGEN :
De
bekisting voor een strokenfundering is vrij eenvoudig en kan men op
verschillende manieren maken.
Boven zie je een
bekisting met koppellatten, de koppellatten kun je A aan de piketten bevestigen
of B rechtstreeks op de bekistingsschotten.
Voor kleiner werk
volstaat al een bekisting zoals rechts boven, de bekistingsschotten worden
eenvoudig tegen de piketten aangebracht.
De bekisting moet
ingestreken worden met BEKISTINGSOLIE zodat de bekisting later makkelijk is te
"lossen".

BE
BEKISTING MET KOPPELLATTEN EN
BEWAPENING.
FUNDERING MET GELOSTE BEKISTING.
BEWAPENING :
Op een aangebrachte strokenfundering ontstaan
trek en drukspanningen die de betonstrook kunnen doen scheuren.
Daarom wordt onder in de strokenfundering een bewapening aangebracht van
bewapeningsstaal.
GA VOOR EEN TOTAALTEKENING NAAR :
FUNDERING OP STAAL
ZIE : WAPENING EN BETONSTAAL.
PAALFUNDERING
:
Wanneer de VASTE GROND op grotere diepte zit moet er eerst worden geheid.
Soms moet men palen aanbrengen van wel 30 meter bijvoorbeeld bij grote gebouwen.
Men kan ook heipalen aanbrengen door middel van boren.
Dit doet men wanneer er gevaar is dat nabij gelegen gebouwen door het trillen
gaan scheuren.
In de grond wordt een gat geboord, als men de boor er uit trekt wordt het gat
vol gestort met beton.


Heien met betonnen
palen.
Schroefpalen.
Heipalen zijn er in zeer veel vormen.
Ga voor meer informatie naar : WWW.WALINCO.NL
of WWW.FUNDERINGSTECHNIEK.COM
Na het heien steken de heipalen op verschillende
hoogtes uit de grond.
De heipalen moeten op lengte worden afgehakt, men noemt dit KOPPENSNELLEN of
KRAKEN.
De bewapening moet er boven uit blijven steken, deze komt later in de bekisting
van de ringbalk.

AANGBRACHTE
HEIPALEN.
KOPPENSNELLEN OF KRAKEN.
Op de heipalen wordt een RINGBALK van beton aangebracht.
MOGELIJKE BEKISTING VOOR EEN
RINGBALK.
BEWAPENING RINGBALK.

BEKISTING VOOR RINGBALK.
GA
VOOR EEN TOTAALTEKENING NAAR : PAALFUNDERING.
ZIE : WAPENING
EN BETONSTAAL.
VERLOREN
BEKISTING :
Voor funderingen maakt men ook veel gebruik van een zogenaamde VERLOREN
BEKISTING.
Een
verloren bekisting maakt men van POLYSTYREENSCHUIM ( piepschuim ) elementen.
Deze
elementen kan men na het betonstorten laten zitten en werken dus snel.
Een
ander voordeel is dat deze soort bekisting goed isoleert.
Eps verloren bekistingselementen worden in veel soorten en
uitvoeringen geleverd.
Men kan de bekistingselementen op hun plaats zetten met behulp
van piketten of balken.
Om de wanden niet van elkaar af te laten wijken kan men
stalen beugels toepassen.
De elementen kan men aan elkaar vastzetten met koppelingsankers.

HET
VOLSTORTEN VAN DE FUNDERING :

Na
het maken van de bekisting wordt deze volgestort met betonspecie.
POEREN
:
Poeren
zijn kolommen op de funderingsstrook waar later bijvoorbeeld
stalen kolommen op komen te staan.
Na het uitharden van het beton wordt de houten bekisting verwijderd, Een
bekisting van EPS laat men zitten.
Men kan nu beginnen
met het uitzetten van de metselprofielen en het metselen van de eerste lagen
steen tot aan de kruipruimte.
HOME
VOLGENDE PAGINA
Profielen stellen en eerste
lagen metselen.