METEN EN
UITZETTEN.
De
aannemer laat eventueel bomen rooien, sloten dempen enz.
Voordat
met de bouw wordt begonnen wordt eerst het bouwterrein ingericht.
De aannemer maakt hiervoor een terreinplan.
Op het terreinplan staan
: A. OMHEININGEN : tegen diefstal - vernieling - gevaar
van spelende kinderen.
B. WERKWEGEN : voor toevoer van materialen - werklui - machines enz.
C. KETEN EN LOODSEN : Directiekeet - toiletten - schaftketen - opslagloodsen
enz.
D. LEIDINGEN : Telefoon - water - elektriciteit.
E. BOUWKRANEN - BOUWLIFTEN.
F. AFVALCONTAINERS.
1.
ROOILIJNEN - ERFGRENS - PEIL :
De precieze plaats van
het bouwwerk is aangegeven in het BESTEMMINGSPLAN van de gemeente.
In het bestemmingsplan
zijn de ROOILIJNEN aangegeven.
ROOILIJNEN zijn de lijnen
waartussen het gebouw precies moet komen.
De VOORGEVELROOILIJN
zorgt er voor dat alle voorgevels in een straat gelijk lopen, deze wordt meestal
van af het midden van de
straat
gemeten.
In bepaalde gevallen kan
ook men de rooilijnen voor de zijgevels en de achtergevel aangeven.
De dienst
bouw en woningtoezicht van de gemeente komt de rooilijnen uitzetten.
Op de kruisende van
erfscheiding en voorgevelrooilijn lijnen
plaatsen zij 2 PIKETTEN, de bovenkant rood geschilderd om goed op te
vallen.
In de bovenkant slaat men
een spijker om het precieze punt aan te geven ( VERKLIKKERS ).
De ERFGRENS - TERREINGRENS of ERFSCHEIDING geven de grenzen aan van het stuk
bouwgrond waarop het gebouw staat met tuin enz.
Het is het stuk bouwgrond
dat je hebt gekocht, de grenzen zijn tot op de cm. bepaald.
Als je als bewoner je
garage bijvoorbeeld 5 cm over de erfscheiding van je buren bouwt, kunnen
zij eisen dat je hem weer afbreekt.
WONING MET AANGEGEVEN VOORGVELROOILIJN. GEMEENTEPIKET VOOR ROOILIJNEN.
HET PEIL.
Het peil is een belangrijke maat die van te voren is afgesproken, het is de BOVENKANT
AFGEWERKTE VLOER.
Het peil ligt ±
200 a 300 mm. boven de kruin ( hoogste punt ) van de straat.
Het peil wordt net
als de rooilijnen meestal aangegeven door de gemeente.
Je kunt de maat van
het peil ook overnemen van het huis van de buren.
Van uit het peil
meet je alle hoogtematen van het huis
Van uit het peil
naar beneden ( - ) meet je de maten voor de fundering, van uit het peil naar
boven ( + ) voor de verdiepingen.
2. HOEKEN UITZETTEN :
Na dat de voorgevelrooilijn is aangegeven kan men beginnen met UITZETTEN.
Eerst worden de HOEKPUNTEN
van het gebouw uitgezet.
Bij het uitzetten
heb je de MAATVOERINGTEKENING nodig, hierop staan de maten van de gevels
van het gebouw.
Op de hoeken worden
JALONS geplaatst, dit zijn rood-witte ijzeren palen.
MAATVOERINGTEKENING.
JALONS.
De hoeken moeten zuiver HAAKS ziin.
Voor een eenvoudige
woning kun je een BOUWHAAK gebruiken.
Voor grote gebouwen
worden nauwkeurige meetinstrumenten gebruikt zoals het PENTAGOONPRISMA,
HOEKSPIEGEL en THEODOLIET.

MAKEN VAN EEN BOUWHAAK :
Bij het uitzetten van grote hoeken gebruik je een
BOUWHAAK.
De bouwhaak noem je ook wel de 3- 4- 5 STEEK.
Op de 3 latten zet je een veelvoud uit van 3 - 4 en 5.
Bijvoorbeeld : 3 X 20 cm - 4 X 20 cm en 5 X 20 cm.
of : 3 X 30 cm - 4 X 30 cm en 5 X 30 cm.
Het is maar net hoe groot je de bouwhaak wilt maken.

A. Hoek vast maken. B. Maat uitzetten. C. Schuine zijde vast maken.
Je
neemt 3 latten van ± 10cm breed en ± 2 cm dik, de latten moeten wel zuiver
RECHT zijn.
Hoe lang je
de latten neemt hangt af van hoe groot je de bouwhaak wil maken.
Volgens het
voorbeeld boven nemen we 2 latten van ± 1,5 meter lang en 1 lat van ± 1 meter
lang.
A. Bevestig
een lange lat en de korte lat met de uiteinden als een hoek op elkaar.
Maak de 2 latten vast met 1 draadnagel, zodat je de latten nog kunt draaien te
op zichtte van elkaar.
B. Meet op de
korte laat 600 mm af ( 3 X 200 ) en op de lange lat 800 mm. ( 4 X 200
).
C.Meet op de tweede lange lat 1000 mm af ( 5 X 200 ).
Schuif de lat over de gemaakte hoek tot de maatstrepen precies op elkaar liggen.
Nagel de schuine lat vast met 1 of 2 nagels en sla nog een nagel in de haakse
hoek.
3. BOUWRAAM UITZETTEN :

Om het bouwwerk wordt het BOUWRAAM uitgezet.
Het bouwraam bestaat uit piketten ( 50 X 50 X 1000mm) en planken van ± 100 of
120 mm breed en en 20 mm. dik.
Tussen het bouwraam en het bouwwerk moet je voldoende werkruimte houden ( ±
1,30 m. tot 1,50 m. )
De bovenkant van het bouwraam is HET PEIL.

De hoeken staan van het gebouw staan aangegeven
met JALONS op de bouwplek.
Op het bouwraam worden nu de BUITENMUREN ( SPOUWMUREN ) en de BINNENMUREN
afgeschreven.
Ook de FUNDERING ( AANLEGBREEDTE ) wordt afgeschreven op het bouwraam.
WERKVOLGORDE
:
![]()
Zet 2 piketten op de hoeken.
Span een draad tussen deze 2 piketten.
![]()
Sla tussen deze 2 piketten de overige piketten met een tussen ruimte van 1,50 of
2,00 m.

Meet op de 2 hoekpiketten het PEIL af met waterpas, waterpasinstrument of
laserapparaat.

Span een draad tussen de 2 hoekpiketten op de hoogte van het afgetekende peil.
Neem het peil over op alle andere piketten.

Bevestig de bouwplanken op de piketten met 2 draadnagels.
Houdt de bovenkant van de planken precies gelijk met het peil.
De planken laat met op 1 hoek doorlopen.
Hierdoor heb je zo min mogelijk zaagwerk.

BOUWJUK :

Bij eenvoudige kleine bouwwerken, bijvoorbeeld een garage of schuur zet men
alleen bouwplanken op de hoeken en op de
plaatsen van de tussenmuren, men noemt dit een BOUWJUK.
Bouwjukken maak je van 2 of 3 piketten met korte bouwplanken.
AFTEKENEN VAN DE MATEN OP HET BOUWRAAM :
Span een draad over het bouwraam, langs de jalons, begin op de plaats van de
rooilijn.
Je kunt de draad op de bouwplank bevestigen met een draadnagel of door een
draadnagel bovenop de bouwplank te slaan.
Zet
daarna de andere gevels uit, doe dit haaks op de eerste draad.
Je
kunt controleren of de hoeken haaks zijn met een bouwhaak.
Leg de bouwhaak op een
stapeltje stenen zo dat hij dezelfde hoogte heeft als het bouwraam.
De
plaats waar de gevels ( spouwmuren ) komen wordt aangegeven met zwarte of rode
verf.

De tussenmuren meet je uit met een meetband van af de afgeschreven buitenmuren.
4. UITGRAVEN :

Er wordt een bouwput gegraven waarin de fundering
komt, DE AANLEGDIEPTE.
De diepte van de bouwput hang af van de soort grond en de soort fundering.
De vorstgrens ligt op 600 mm. beneden het maaiveld, de aanlegdiepte is dus
altijd GROTER dan 600 mm.
De zijkanten van de bouwput worden schuin
afgegraven zo dat de grond niet naar beneden kan vallen.
De schuine zijkant noem je een TALUD.

5.
UITLODEN :

De fundering staat op de bouwplanken aangegeven.
Deze gaan we nu uitzetten in de bouwput, dit doe je door draden te spannen en
het snijpunt loodrecht naar beneden over te brengen.
Dit overbrengen van meetpunten en meetlijnen noemen we UITLODEN, je doet dit met
de WATERPAS.
Het snijpunt wordt aangegeven met piketjes.
Men is nu zover dat begonnen kan worden met het aanbrengen van de funderingen.
HOME
FUNDERINGEN
Heien en funderingen.